Abortus met de klassieke zuigcurettage
Met deze
methode is abortus een relatief lichte medische ingreep. Voorwaarde is wel dat
de ingreep in goede medische omstandigheden wordt uitgevoerd en dat je in de
twee weken na de ingreep de raadgevingen opvolgt.
De arts
voelt hoe je baarmoeder precies ligt en vooraf wordt er nog een echo
genomen. Zoals bij een gewoon gynaecologisch onderzoek neem je plaats in de gynaecologische
onderzoeksstoel. Met een speculum, dit is een instrument om in de vagina te
kunnen kijken, wordt de baarmoederhals zichtbaar gemaakt en grondig ontsmet. De
arts geeft vervolgens
een plaatselijke verdoving in de baarmoederhals en bepaalt daarna met een sonde
de lengte en de richting van de baarmoederholte. De baarmoederhals wordt wijder
gemaakt, afhankelijk van hoever je bent, om een buisje in te brengen, waarna de
baarmoederholte wordt leeggezogen, vandaar de naam zuigcurettage. De curettage
zelf duurt twee à vijf minuten, terwijl de totale ingreep ongeveer een kwartier
in beslag neemt.
Sommige vrouwen hebben pijn op het einde van
de ingreep, wanneer de baarmoeder gaat samentrekken (contracties), andere
vrouwen voelen dan weer wat meer het openmaken van de baarmoederholte, nog
andere vrouwen voelen weinig. De pijn is te vergelijken met pijnlijke
maandstonden en gaat vlug over.
Nadien
blijf je nog even in de rustkamer.
Deze
methode is in die zin eenvoudiger omdat je maar twee keer naar het centrum
hoeft te komen (bij abortuspil minstens 3 maal), en de ingreep op zich is ook
sneller voorbij (dan bij de abortuspil) Na de ingreep is men ook zeker dat
abortus is gelukt door de na controle van het gecuretteerde weefsel en door de
echo die nadien gebeurt.
Heel
uitzonderlijk gebeurt het dat er nog wat
weefsel achtergebleven is en dat dit niet spontaan wordt uitgedreven, met
blijvend bloedverlies en krampen als gevolg zodat dan achteraf nog eens
een na curettage dient te gebeuren.