Centrum Durmelaan Lokeren
Spiraaltjes uitstekende contraceptie
Het spiraaltje
heeft lang in een negatief daglicht gestaan als voorbehoedmiddel middel, maar de
tijden zijn veranderd. Belangrijke ontwikkelingen hebben spiraaltjes opnieuw op
de voorgrond geplaatst als uiterst betrouwbare contraceptieve middelen met zeer
weinig ongewenste effecten die bovendien geschikt zijn voor álle
vrouwen, ook voor jonge vrouwen en voor vrouwen die nooit een kind gehad
hebben. Spiraaltjes bedreigen ook op geen enkele manier de gezondheid of de
toekomstige vruchtbaarheid van de vrouwen die ze gebruiken mits men enkele
goede voorzorgen neemt.
In
de loop der jaren zijn heel wat verschillende soorten spiraaltjes op de markt
verschenen, met het doel om het beter te doen dan diegene die reeds bestonden.
De
moderne spiralen kan men in 2 groepen indelen: koper-,en hormoon spiralen. De keuze voor een spiraal
hangt af van de baarmoeder (groot, klein, afwijkende vorm, enz.) en andere
specifieke vereisten, bv. bij pijnlijke en overvloedige maandstonden, wanneer
men een lange werkingsduur wenst, enz…
Koperspiralen
Koperspiralen, zoals Multiload (zie afb),
Nova-T, GyneFix (zie afb) bestaan
uit een kern in kunststof omwikkeld met een koperdraad of koperen ringen
De
contraceptieve werking van koperspiralen is nog niet helemaal gekend. Men weet
dat het koper zeer langzaam oplost. Men vermoedt dat de koperionen de
beweeglijkheid van de mannelijke zaadcellen verminderen zodat deze nauwelijks
of niet meer in staat zijn een eicel te bevruchten. Daarnaast verhindert het
koper vermoedelijk ook de opbouw van het baarmoederslijmvlies. Er zijn ook
aanwijzingen dat de slijmprop in de baarmoederhals taaier wordt zodat de
zaadcellen er moeilijker doorheen kunnen.
Het koper blijkt alleen
plaatselijk effect te hebben en wordt niet in verhoogde mate in het bloed
opgenomen. Dat spiraaltjes het jonge embryo afdrijven wordt in diverse studies
tegengesproken.
Koperspiralen
veroorzaken tijdens de eerste maanden een lichte toename van de bloedingen,
maar
leiden na verloop van tijd meestal tot een afname ervan.
Het
meest eenvoudige koperspiraal, de
GYNE-FIX(zie afb) bestaat slechts
uit een kunststofdraad met daar rond koperen ringen. Bovenaan zit een knoopje
waarmee het spiraal in de baarmoederwand bevestigd wordt. Bestaat tevens in
twee lengtes naargelang de grootte van de baarmoeder
Hormoonspiralen
Bij hormoonspiralen bevat de stam een reservoir met een
progestageen.
Dit hormoon komt zéér geleidelijk
vrij. Ter vergelijking: uit een progesteronspiraal komt op 18 maanden tijd
slechts evenveel progesteron vrij als uit een geel lichaam na de eisprong op
één dag. Bovendien werken deze hormonen alleen lokaal. Ze hebben
geen invloed op de controlecentra van de hormonenproductie in de hersenen, de
eierstokken en de bijnieren. De normale productie van de lichaamseigen hormonen
loopt dus gewoon verder.
De hormonen verhinderen de bevruchting vermoedelijk via 2 mechanismen, een
taaiere slijmprop in de baarmoederhals en een onderdrukking van de opbouw van
het baarmoederslijmvlies.
Daarnaast hebben ze ook bijkomende nuttige effecten. Door het remmen van de
opbouw van het baarmoederslijmvlies nemen de bloedingen af. Tijdens de eerste
maanden tot een jaar na de plaatsing kan er nog onregelmatig wat bloedverlies
optreden, maar bij de helft van de vrouwen blijven de bloedingen na verloop van
tijd zelfs volledig weg.
Hormoonspiralen hebben ook een verzachtend effect op pijnlijke maandstonden en
bij nogal wat vrouwen doen ze de pijn zelfs volledig verdwijnen.
Hormoonspiralen worden ook uitsluitend voor deze nuttige effecten gebruikt, ook
bij vrouwen die geen behoefte hebben aan contraceptie.
Tijdens
het eerste jaar na de plaatsing is het contraceptieve effect van het spiraal
wat kleiner, onder meer door het kleine risico op uitstoting. In sommige
studies worden tijdens het eerste jaar van het pilgebruik tot 5 zwangerschappen
per 100 gebruikers gevonden, maar tijdens de daarop volgende jaren neemt de
betrouwbaarheid toe.
Recente gegevens wijzen ook uit dat de moderne spiralen een zeer lange
werkingstijd hebben. Uit voorzichtigheid gaat men er nu nog van uit dat koper-
en hormoonspiralen best elke 5 jaar vervangen worden. Er zijn echter
aanwijzingen dat koperspiralen het tot 12 jaar kunnen uithouden en
hormoonspiralen tot 8. De maximale veilige beschermingsperiode moet echter nog
beter vastgelegd worden door bijkomend wetenschappelijk onderzoek.
Een spiraal kan
in principe elke dag van de cyclus ingebracht worden, maar de voorkeur gaat uit
naar de laatste dagen van de maandstonden. De inbreng kan namelijk gepaard gaan
met lichte bloedingen, maar deze vallen op dat moment niet op. Bovendien is de baarmoederhals
tijdens die dagen soepeler zodat de inbreng vlotter verloopt. De kans dat de
vrouw op dat moment zwanger is, is ook zeer klein tijdens of onmiddellijk na de
maandstonden.
De plaatsing
moet zorgvuldig gebeuren, maar verloopt meestal vrij vlot. De inbrenghulzen
voor de meeste moderne spiralen zijn vrij smal zodat de inbreng zelf doorgaans
vrijwel pijnloos verloopt, zeker indien dit tijdens de maandstonden gebeurt.
Eventueel kan kort voor de inbreng een pijnstiller ingenomen worden of kan een
plaatselijke verdoving toegediend worden in de baarmoederhals.
Lange tijd werd
gemeend dat spiralen een bijzonder risico vormden voor zogenaamde
bekkeninfecties van de baarmoeder en de eileiders. Gevreesd werd dat de
controledraadjes die tot in de vagina hangen, een ideale toegangsweg boden aan
ziektekiemen. Deze vrees blijkt ongegrond. Het risico voor infecties van de
baarmoeder en eileiders blijkt voor draagsters van spiralen niet groter te zijn
dan voor de rest van de seksueel actieve vrouwelijke bevolking tenzij ze zeer
wisselende seksuele contacten hebben. Het risico op zulke infecties blijkt dus
vooral samen te hangen met seksueel risicogedrag, namelijk met het aantal
seksuele partners en het gebruik van het condoom tegen de mogelijke overdracht
van ziektekiemen.
Genitale
infecties, onder andere met Chlamydia, met candida schimmels of andere
abnormale bacteriën, vormen wel een ernstige belemmering voor de plaatsing
en moeten eerst genezen zijn vooral het spiraal ingebracht mag worden. Hierop
wordt dus vooraf gecontroleerd. Een infectie van de baarmoeder met Chlamydia
breidt immers zeer gemakkelijk verder uit naar de eileiders en vormt door de
ontwikkeling van littekenweefsel en vergroeiingen een ernstige bedreiging voor
de toekomstige vruchtbaarheid.
De kans dat er door de plaatsing bij een gezond vaginaal milieu toch een
infectie veroorzaakt wordt in de baarmoeder, is bij een zorgvuldige behandeling
bijzonder klein. Eventueel kan deze kans nog verkleind worden door kort voor de
plaatsing een antibioticum in te nemen. Dit is alleen aan te raden voor vrouwen
met frequent wisselende seksuele partners die een verhoogd risico lopen op
seksueel overdraagbare aandoeningen.
Indien men
tijdens de eerste 2 weken na de inbreng last heeft van buikpijn die gepaard
gaat met koorts, kan dit op een infectie wijzen. Men doet er goed aan dan
onmiddellijk de arts te contacteren.
Er is een
kleine kans dat het spiraal geheel of gedeeltelijk uitgestoten wordt. Deze kans
is het grootst tijdens de eerste maanden en vooral tijdens de eerste
menstruatie na de plaatsing. Vrouwen die een spiraal dragen doen er dus goed
aan minstens één maal per maand te controleren of het er nog zit.
Dit kan eenvoudig door met de vinger te controleren of men de controledraadjes
nog kan voelen. De controle kan ook door de arts uitgevoerd worden, eventueel
met een echografie indien de draadjes niet meer te zien zouden zijn.
Wanneer een
spiraal uitgestoten werd, is de kans groot dat een tweede spiraal eveneens
uitgestoten zal worden. Om dit te vermijden is een bijkomend onderzoek van de
baarmoeder aangewezen zodat de keuze van een nieuw spiraal optimaal aangepast
kan worden.
Een controleonderzoek door de arts na de eerste
menstruatie is hoe dan ook aangeraden. Deze controle wordt vervolgens best om
de 6 maanden tot 1 jaar herhaald, afhankelijk van de omstandigheden. Men doet
er ook goed aan snel de arts te contacteren in geval van:
* het uitblijven van de maandstonden;
* tussentijds
bloedverlies ;
* abnormale pijn in de onderbuik ;
* vaginaal verlies, zeker indien dit gepaard gaat
met tekenen die op een infectie wijzen zoals een brandend gevoel, een misselijke
geur, plasproblemen, enz. ;
* de verdwijning van de controledraadjes ;
* het
uitzakken van het spiraal.
Een risico van
de plaatsing van een spiraal is een doorboring van de baarmoeder. Dit gebeurt
gelukkig slechts uiterst zelden. Ze kan te wijten zijn aan een onzorgvuldige
handeling van de arts, maar ook aan toevallig bestaande zwakke punten of
misvormingen van de baarmoeder die niet echt voorzien kunnen worden.
Indien men last
heeft van abnormaal felle buikpijn tijdens de eerste weken na de plaatsing van
een spiraal doet men er goed aan zo snel mogelijk de arts te contacteren.
Bij een beperkt
aantal vrouwen veroorzaken de spiralen meer hinder dan verwacht en is dit een
reden waarom ze deze laten verwijderen. De redenen voor de grotere klachten
zijn echter niet altijd helemaal duidelijk.
Bovendien nemen de klachten, bij de koperspiralen, na enkele maanden meestal
af. Dit betekent dat men er goed aan doet even af te wachten hoe de klachten
evolueren. Soms kan het gebruik van eenvoudige pijnstillers of
ontstekingsremmers voldoende zijn om de extra hinder tijdelijk te overwinnen
tot er beterschap optreedt. Is dit niet het geval, dan kan het spiraal alsnog
verwijderd worden.
De verwijdering
van een spiraal stelt, net zoals het inbrengen ervan, weinig problemen. De
hinder en pijn die veroorzaakt worden, hangen onder meer af van de vorm van het
spiraal en het moment van de verwijdering. De periode kort voor en tijdens de
maandstonden is daartoe het meest geschikt.
Hier
ook kan kort voor de inbreng een pijnstiller ingenomen worden of kan een
plaatselijke verdoving toegediend worden in de baarmoederhals. De arts kan
meestal met een klemtangetje de controledraadjes vastgrijpen en het spiraal
langzaam naar buiten trekken.
Wanneer het spiraal aan het einde van zijn werkingstermijn is en daarom
verwijderd wordt, kan het onmiddellijk vervangen worden door een nieuw
spiraal.